Ik keer het verkeer nooit meer de rug toe!

In de zomer van 2009 liep ik stage op een half stedelijke afdeling. Ik had hier zelf voor gekozen, omdat ik graag wilde ervaren hoe het is om op zo’n afdeling te werken. Zo kon ik, als ik klaar was met mijn opleiding een goede keus maken. Ik zat in kwartiel 8. Dit wil zeggen dat ik in het korps kwartiel zat en dus noodhulp mocht gaan draaien. Dit wil zeggen dat als de burger 112 belt wij er zo snel mogelijk naar toe gaan, maar ook 0900-8844 meldingen behandelden wij. Mijn stage periode duurde vier maanden. Als ik deze periode had volbracht moest ik weer voor twee maanden terug naar de politieacademie om weer nieuwe dingen te leren. Zo kon ik de praktijk en theorie goed combineren en leerde ik het politievak het snelste en beste.

Als student was het altijd leuk om de noodhulpdienst te mogen draaien! Dit waren de diensten waar ik helemaal in mijn element was. Zo kon ik de burger helpen die de politie echt nodig hadden. Zo ook deze avond. Deze melding vergeet ik nooit meer.

Het was begin van de avond. Ik had mijn noodhulp middagdienst. Mijn maatje en ik hadden net gegeten en stapten in onze auto om op surveillance te gaan. Tijdens deze surveillance kregen wij een melding van de meldkamer:” Graag gaan richting de snelweg. Ter hoogte van een afslag is het asfalt opgekruld en dit kan zorgen voor gevaarlijke situaties.”. Wij gingen met gepaste spoed richting de snelweg. Ik zag al snel wat er aan de hand was. Het asfalt was door de warmte van die zomer opgekruld en het asfalt was over een grote lengte gescheurd waardoor er gaten waren ontstaan. De schade was over heel de rijbaan te zien. Daarom moest zowel de linker- als de rechterrijstrook afgesloten worden. Het verkeer moest de uitvoegstrook volgen om zo hun weg te kunnen vervolgen. Wij zetten pilonnen op de linker en de rechterrijstrook en zette zo de twee rijstroken af. Helaas waren er geen matrixborden aanwezig om het verkeer nog duidelijker te maken dat de snelweg afzet was. Ik gaf aan de meldkamer door dat de rijstroken afgezet waren en het verkeer over de uitvoegstrook geleid werd. De meldkamer gaf hierop antwoord dat de wegwerkers en Rijkswaterstaat onderweg waren om de afzetting van ons over te nemen. Tot die tijd zorgden wij voor een veilige verkeerssituatie.

Ik stond met mijn maatje een flink aantal meters van onze politieauto vandaan in de berm. Soms dan voel je iets, wat niet uit te leggen is. Een soort van onderbuik gevoel. Dit gebeurde ook bij mij. Ik duwde mijn maatje nog verder de berm in en keek richting onze politieauto. Vanuit de verte kwam een auto aangereden met hoge snelheid. Iets in mij zei dat de bestuurder de afzetting niet zag, want hij reed echt hard. En mijn gevoel werd bevestigd. Ik hoorde een gigantische klap en zag pilonnen de lucht in vliegen. De auto reed 3 pilonnen om ver en kon nog net op tijd de auto naar rechts trekken waardoor de bestuurder onze politieauto op een haar na mistte. De auto slingerde verder en reed vervolgens nog 2 pilonnen kapot en stopte de auto 200 meter verderop in de berm.

Ik schrok me wezenloos. Ik realiseer me dat als wij niet verder de berm in waren gaan staan we geschept waren door de auto en wij hoogstwaarschijnlijk gewond waren geraakt danwel verongelukt. Ik en mijn maatje keken elkaar in de ogen aan en zeiden tegen elkaar :”Wij hebben echt super veel geluk gehad!”.

Ik liep richting de bestuurder en zag dat die al uitgestapt was en stond te trillen op haar benen. Net als ik. Heel mijn lijf trilde en het zweet brak me uit. Ik sprak de bestuurder aan en vroeg wat hem bezielde! Ik was boos en geschrokken tegelijk! De bestuurder begon direct met excuses maken en realiseerde zich dat ook hij geluk had gehad! Hij zei :”Sorry Sorry! Ik was mijn navigatiesysteem aan het instellen en zag jullie auto niet staan! Echt duizend maal sorry!”. Ik weet de woorden nog precies alsof het me gisteren verteld is. Zijn emotie en shock maakte veel indruk op mij. Mijn boosheid ebte direct weg en legde uit wat voor een geluk wij beide gehad hebben!

Gezien zijn reactie heb ik de bestuurder meteen een waarschuwing naar huis gestuurd. Voor mij was zijn ervaring al een straf op zich.

Rijkswaterstaat en de wegwerkers arriveerden en namen onze wegafzetting over. Wij reden terug naar het politiebureau. Onderweg hebben we nog meer malen tegen elkaar gezegd dat we super veel geluk hebben gehad! Vanaf dat moment heb ik besloten het verkeer nooit meer de rug toe te keren. Dan kan ik altijd reageren op onverwachte situaties.

Het is allemaal mijn schuld!

Dit vreet aan me. Mijn schuldgevoel. Wat doe ik mijn gezin aan! Onder welke omstandigheden gaan zij dagelijks gebukt. De controle die iedere dag een grote rol speelde, maar ówee als hier vanaf geweken werd. Dan staat het huis op z’n kop. Wat een slechte moeder en vrouw ben ik! En waarom? Daar krijg ik geen antwoord op en dat frustreert me enorm. Voor mij was het heel zwaar te zien dat Marc en de kinderen op hun tenen liepen voor en door mij. Het klote hieraan was dat ik niet de kracht had om het om te draaien. Ik zag dat het gebeurde, maar veranderen hó maar. Mijn schuld gevoel naar iedereen om mij heen was gruwelijk en werd steeds maar groter. Terwijl ik dit aan het schrijven ben rolt er ook een traan over mijn wang Het is moeilijk uit te leggen hoe dit voelt. Het lijkt alsof mijn strot dicht geknepen wordt en er een knoop in mijn maag zit. Mijn ademhaling gaat omhoog en mijn hart begint harder te kloppen. Het benauwd me. Ik voel de tranen in mijn ogen branden, maar kan niet huilen. Dit heb ik al te veel gedaan. Dit voelt heel gek en eng. Het is alsof mijn tranen op zijn. Toch loopt het soms te hoog op. Het lukt me niet om vanuit mezelf te huilen. Live huilen zei de psycholoog altijd,  vind jij lastig. Daarom zette ik als ik in de auto zat meestal mijn zonnebril op en zette dan een nummer op de radio aan, waarvan ik wist dat dit me gaat raken.

Al vanaf de eerste seconden dat ik dit nummer hoor voel ik mijn tranen branden en al snel komt er een overstroming die ik eigenlijk niet meer kan stoppen. Gelukkig heb ik mijn zonnebril op en ziet niemand mijn betraande ogen en wangen. Er komen dan de gekste gedachten door mijn hoofd. Het ligt allemaal aan mij dat Marc niet meer gelukkig is. Ik ben het niet waard om op deze wereld te zijn, ik sla alleen maar mensen van me af die veel van me houden. Ik kan er maar beter niet meer zijn en komen de gedachten om aan mijn stuur trekken weer voorbij. Ja, ik weet dat ik mezelf hierin trek, maar dit is voor mij de enige manier om mijn gevoel te kunnen uiten. Alleen in de auto. Niemand die mijn zwakheid kan zien en me kan kwetsen. Aan de buitenkant mag niemand zien hoe ik me echt voel. Ik moet stoer zijn! Hup rechte rug en door! Helaas lukt me dat soms gewoon weg niet. Als ik bijna thuis was veegde ik mijn ogen en wangen droog, haalde diep adem en deed net alsof er niets aan de hand was. Mijn masker was weer op. Vaak vroeg Marc aan me of er ietsjes was. Ik zei altijd :” Er is niets. Ik ben alleen maar moe.”.

Marc heeft jaren geroepen dat het niet goed ging met me. Ik was thuis niet te genieten en heel kortaf. Ik gaf alles en iedereen de schuld, behalve mijzelf. Er is niets! zei ik altijd en liet dan weer een grote glimlach zien. Ik was vooral bezig om Marc, mijn ouders en mijn broertjes maar zoveel mogelijk bij me uit de buurt te houden. Zij waren degene die het dichtstbij konden komen en stonden. René en Robin niet. Die mochten dichtbij komen. Daar had ik geen moeite mee. Aan de buitenkant zag je een druk, vrolijk meisje die er erg gelukkig uitzag, terwijl ik van binnen me ongelukkig, somber, verdrietig en heel klein voelde en wist ik dat Marc gelijk had, maar toegeven kon ik niet! Dit voelde als zwak.

Het continue gevecht met mijzelf, schuld gevoel en masker naar de buitenwereld brak me op. Ik wilde niet meer een rolletje spelen en zien dat Marc steeds weer ongelijk kreeg in zijn zorgen naar de baas en familie. Hij worstelde hier veel mee. Telkens leefde hij in twee werelden. Een Femke op het werk en een Femke thuis. Dat was dag en nacht verschil. Dit schuldgevoel was ondraaglijk! Zijn gevecht te moeten zien en daar niet in erkend worden. Ik vond op ten duur dat dit niet meer langer kon, omdat ik er aan onderdoor ging.

Gelukkig had ik een fijne psycholoog gevonden waarbij ik dit kon bespreken. Het was voor mij een hele stap om dit gevoel bespreekbaar te maken. Niemand wist hiervan. Ik besprak het ook met niemand. Gelukkig wist zij mij uit te leggen dat het geen ik voelde niet gek was en een normale reactie was. Zij vertelde mij dat ze blij was dat ik dit zo sterk voelde, want dit was voor haar een teken dat ik weer wat voelde. Dit had ik namelijk jaren niet meer gedaan. Ik zie nu in dat hetgeen wat ik toen deed zelfbescherming was. Ik kon niet anders. Dit hield mij op de been en zorgde ervoor dat ik controle wist te houden over mezelf. Soms borrelt het gevoel van schuld wel eens op. Dat zal nog wel eventjes zo blijven. Zal ermee moeten leren leven denk ik…. Het moet slijten!

Dan eindelijk de juiste psycholoog gevonden.

In juli 2017 meldde ik mij na de vaststelling van de diagnose bij het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC) volledig ziek. Ik kon niet meer. Ik sliep nauwelijks en de herbelevingen werden steeds heftiger. Het leek erop alsof de deksel van mijn beerput een stukje verplaatst was, waardoor ik geen controle meer had op mijn gevoel en gedachten. Ik kreeg steeds meer de drang om mijn gedachten te stoppen, maar dit kon ik niet. De gedachten gingen maar door en door. Het idee om een eind aan mijn leven te maken kwam steeds vaker voorbij. Ik wil niet dood, maar ik wil rust. Tijdens het onderzoek bij het PDC kwam naar voren dat ik depressief was en de gedachten die ik had eigenlijk “normaal” waren. Dit kon ik niet rijmen. Ik ben altijd zo positief en dat is nu weg. Alles is neerslachtig en zwaar. Ik wil dit niet meer! De drang om de juiste hulp te krijgen werd steeds groter. Ik moet wel!

Nadat de diagnose gesteld was, werd ik door verwezen naar een psychotrauma psycholoog via het Instituut voor Psychotrauma (IVP). Tijdens de gesprekken bij het PDC kwam naar voren dat ik moeite heb met mensen te vertrouwen en te praten over mijn gevoelens. Door de PTSS had ik dit volledig afgesloten en kon ik hier niet meer bij. Ook door mijn pest verleden (groep 7 en 8) ben ik ernstig beschadigd en vertrouw ik niemand. Zelfs Marc niet. Hier kom ik in een andere blog op terug. Het was voor mij dus erg van belang om een vertrouwens band op te bouwen met mijn psycholoog.

Na ongeveer een maand werd ik gebeld door mijn psycholoog dat ik de week erop al terecht kon. Ik schrok dat dit al zo snel was, maar vond het ook fijn. Ik kon niet meer zonder hulp. Ik merkte dat mijn lijf meer begon te reageren op mijn stress. Ik had een verhoogde hartslag in rust met uitschieters van 85 SPM. Ik trilde heel veel. René die nog in mijn buik zat was erg onrustig. Had veel last van harde buiken. Sliep slecht. Soms maar 3 uur op een nacht. Het gevoel was erg dubbel. Aan de ene kant vond ik het wel goed allemaal. Ik kon er toch goed mee functioneren en aan de andere kant had ik er veel last van. Ik had een continue strijd met mezelf.

De week vloog voorbij en de eerste ontmoeting met mijn nieuwe psycholoog was een feit. Omdat ik erg bang was dat de Robin en Marc iets zou overkomen als ik van huis was gingen ze mee. Naar de psychologen praktijk zit een MC Donalds. Daar hebben Robin en Marc gewacht tot ik klaar was met mijn eerste sessie. Door het op deze manier op te lossen voelde het wat makkelijker en rustiger om naar de psycholoog te gaan.

Ik belde aan en de deur werd opengedaan. Er stond een vrouw voor mijn neus die erg vriendelijk oogde en me een hand gaf. Ze verwees me door naar de wachtkamer en mocht daar plaats nemen. Daar zit je dan. In een wachtkamer bij een psycholoog. Zie je nou wel. Ik ben ziek in mijn hoofd. Ik kan nu nog weg rennen. Nu heb ik de kans nog om te vluchten! Deze gedachten maakte me gek. Ik wil gewoon hier zijn en dit een eerlijke kans geven. Ik wil af van mijn oude vlucht gedrag en gewoonten. Al snel werd ik geroepen en mocht ik mee de spreekkamer in. De afstand van de wachtkamer en spreekkamer is 4 meter ongeveer, maar voor mij voelde het als 4 kilometer. Ik mocht plaats nemen op de plek was ik prettig vond. Dat was een stoel dichtbij de deur. Dan kan ik altijd nog wegrennen dacht ik. Zij stelde mij de vraag of ik wat over mezelf wilde vertellen en wat mij overkomen was. Ik “vertelde” mijn verhaal. Meer was het ook niet. Geen emotie. Geen gevoel. Gewoon kaal “het verhaal” punt. Ze zij:” Oké. Bedankt voor het vertellen. Ik hoor dat het heftig is allemaal wat je hebt meegemaakt, maar mis het gevoel wat je erbij hebt.”. Dat klopte. Daar had ze gelijk in. Ik wilde niets meer voelen, want dat deed mij te zeer. Ze zei:” Dat stukje over voelen komt vanzelf. Laten we eerste eens goed kennismaken met elkaar. Daar gaat de rest van zelf.”. Ik haalde diep adem en had het gevoel van wederzijds begrip. Eindelijk iemand die me begrijpt en mij laat bepalen hoe snel dingen gaan en me in mijn waarde laat. Dit gesprek heeft mij zo goed gedaan. Voor het eerst ervaarde ik dat ik iemand echt kon vertrouwen zonder dat ze mij zou kwetsen.

Ik liep met een fijn gevoel de deur uit richting Robin en Marc. Zij zaten lekker te genieten van een portie kipnuggets. Ik hield de ervaring die ik had met mijn nieuwe psycholoog voor mezelf. Marc vroeg:” En schat, hoe was het gegaan?”. Ik zei:” Goed. Nog eventjes aftasten.”. En daarbij bleef het. Ik had nog een lange weg te gaan realiseerde ik me.

Mijn bevalling en mijn PTSS.

Ik heb PTSS en ben zwanger. Phoe, dat is een hele klus om dit in goede banen te leiden. De hormonen gierden door mijn lijf. Ik was al prikkelbaar, maar door de zwangerschapshormonen werd dit nog erger. Als Marc bijvoorbeeld zijn gebruikte glas op de aanrecht zette in plaats van in de vaatwasser ging ik helemaal uit mijn stekker. Ik maakte hem nog net niet voor rotte vies uit. Ik was niet aardig tegen hem. Alles wat hij deed was slecht of niet goed. Ik zat mezelf gruwelijk in de weg. Eigenlijk heel gek, want je bent zwanger. Dan moet toch blij en gelukkig zijn. Ik voelde dit absoluut niet zo.

In deze periode zijn ook de sombere gevoelens erger geworden. Ik genoot al niet van de dingen om mij heen, maar dit werd steeds meer. Alles was te veel. Ik had nergens zin in. Zelfs een knuffel van Robin deed me niets. Ik voelde me flank en somber. Het leek alsof een zwarte deken over mijn leven hing wat alles overschaduwde en donker maakte. Robin begon steeds meer te ontwikkelen en kletste steeds meer. Dit deed me niets. Hij zocht mij steeds vaker op en ik duwde hem eigenlijk steeds meer van me af. Ik gaf hem dan een knuffel en kus terug, maar het deed me niets. Alles was down en donker.

In mei zijn wij als gezin op vakantie geweest naar Italië. Eventjes weg werd gezegd tegen mij. Dit doet je goed! Je batterij opladen! Ik had er totaal geen zin in. Ik zat mezelf in de weg en zag alleen maar de dingen die er allemaal gedaan moesten worden en vooral wat er allemaal fout kon gaan. Ik had weken van te voren last van nachtmerries. Hierin gebeurde iedere keer hetzelfde. Dat Marc en Robin iets ernstigs zou overkomen zoals een ongeluk, verdrinken, omkomen door brand enzovoort. De voorpret die je altijd hebt voordat je op vakantie gaat was er dus niet. Met lood in mijn schoenen zijn we ’s nachts richting naar Italië gereden. Ik heb heel de nacht gereden. Ik kon toch niet slapen en maakte dan maar gebruik van de uurtjes die ik wakker was. Robin en Marc lagen beide lekker te slapen in de auto. Ik zette de auto op cruise control en zette mijn gedachten aan. Piekeren maar dacht ik. Nu is het geoorloofd en belemmerd het me niet. Dit gebeurde ook. Ik heb 9 uur achter elkaar gereden zonder problemen. Het was zelfs heerlijk! “All the way”: dacht ik. In de ochtend kwamen we aan op de vakantie bestemming en konden gelukkig direct inchecken. We zijn daar een week gebleven, maar het voelde dat we daar een jaar waren, in negatieve zin. Ik had het helemaal niet naar mijn zin. Ik was kortaf. Prikkelbaar naar Marc. Als hij mij een knuffel gaf duwde ik hem van me weg. Alles was me teveel. Ik maakte me druk om van alles. Hier reageerde René die in mijn buik zat ook erg op. Ik had veel last van harde buiken en bandenpijn. Dit was al erg vroeg in mijn zwangerschap. Ik was nog maar 4 maanden zwanger. Toen werden er al signalen gegeven door mijn lijf dat het niet lekker liep. Toch bleef ik doorgaan. Ik zat nog steeds in de ontkenningsfase. Na een week mochten we eindelijk naar huis! De terugweg zijn we op dezelfde manier terug gereden. Ik achter het stuur. Robin en Marc slapend. Heerlijk! Het was nu nog fijner, want we gingen naar huis. Onderweg schopte René mij regelmatig in mijn buik. Dan werd ik weer in de werkelijkheid getrokken.

De bevalling kwam steeds dichterbij en mijn angst om een postnatale depressie te krijgen werd steeds groter. Ik was als de dood dat ik het aan de bevalling over zou houden. Ik heb deze angst uitgesproken naar mijn verloskundige. Dit was voor mij wel een hele drempel. Ik wilde me niet zwak voelen. Door dit soort dingen uit te spreken werd het voor mij waarheid. Dit voelde erg zwaar en zwak. Ik kan het niet alleen. Dat moest ik toegeven, maar leuk was het niet.

De bevalling van Robin was met een keizersnede, waardoor ik nu in het ziekenhuis moest bevallen. Dit vond ik erg lastig, maar begreep het wel en legde me erbij neer. Voor mijn gevoel kon ik het niet alleen doen, maar daar moest ik mee dealen. Vanaf de 36 weken werd mijn medisch dossier overgenomen door het ziekenhuis en ging ik daar in behandeling. Daar sprak ik mijn angst voor een postnatale depressie uit. Zij namen dit heel fijn op en gaven aan dat dit vaker gebeurd en dat het niets is waar ik me voor hoefde te schamen. Allemaal mooi die lieve woorden, maar dat deed ik wel. Ik schaamde me kapot! Ik moet een sterke vrouw zijn en niet zo’n mietje. Ik voelde boosheid op borrelen naar de verloskundige. Ik voelde me niet begrepen. Ik haalde diep adem en zei:” Bedankt voor je goede hulp.”. En liep het kamertje uit. Aan de ene kant was ik blij dat ik het uit gesproken had en er een soort van vangnet gecreëerd was, maar aan de andere kant voelde het ook heel onveilig. Ik kende de verloskundige niet en het was daarom erg lastig om ze te vertrouwen en geloven dat het ook echt goed kwam.

Het was zaterdagmiddag en merkte dat ik wat meer last kreeg van voor weeën. Ze waren er steeds vaker, maar niet vaak genoeg om te zeggen de bevalling gestart was. Dit heeft zo heel de zaterdag geduurd. Ieder uur een wee. Heel irritant… Uiteindelijk werd het zondag. Eigenlijk heel de nacht niet geslapen door de weeën die een paar keer in het uur op kwamen zetten. Zondagochtend had Marc een vroege dienst en ging dus vroeg van huis. De weeën bleven maar een paar keer in het uur voorbij komen en zette nog steeds niet door. Robin was ook gewoon thuis en vroeg zoals altijd zijn aandacht. Het was erg lastig, omdat ik eigenlijk mijn handen vol had aan mezelf. Ik maakte me druk over mijn lijf. Of het allemaal wel goed ging. Ik was bang dat het verkeerd zou gaan. René zat inmiddels al 1 week te lang in mijn buik. Ik belde Marc rond het middag uur op met de vraag of hij naar huis kon komen. Ik trok het niet meer. Ik werd gek van mijn gedachten. Ik was bang. Erg bang. Gelukkig kwam hij snel naar huis en kon hij de zorg van Robin op zich nemen en kon ik me op mezelf concentreren. De weeën zette nog steeds niet door en dit koste me veel energie. Dit heeft zo heel de dag geduurd. Uiteindelijk begonnen de weeën in de avond door te zetten en belde Marc de verloskundige in het ziekenhuis. Zij gaf groen licht om naar het ziekenhuis te komen. Voor mij was dit een hele opluchting, omdat ik nu voor mijn gevoel in goede handen was. Helaas werd mij angst dat er iets mis ging niet minder. Ik werd gek van mijn gedachten:” Overleef ik dit wel. Straks moet Marc een keuze maken tussen mij en de baby. Ik wil dit niet.”. De hele nacht heb ik niet veel geslapen door de pijn van de weeën.

In de ochtend kwam de verloskundige al vroeg aan mijn bed om te vragen hoe het met me ging. Ik zei zo opgewekt mogelijk:” Ja, goed. Ja, ik heb pijn, maar dat hoort erbij. Ik hobbel er wel doorheen.”. Diep van binnen was en ging ik kapot. Ik kon niet meer. Ik was inmiddels als 2,5 dag bezig met de weeën. De verloskundige had gelukkig door dat ik mij beter voor deed en stelde nogmaals de vraag :” Gaat het wel? “. Ik raapte al mijn moed bij één en gaf aan dat het helemaal niet zo goed ging en ik het eigenlijk heel zwaar had en bang was het niet vol te houden. De gedachten die ik had hield ik voor mezelf. Daar had ze niets mee te maken dacht ik. In de loop van de dag werd het allemaal steeds zwaarder en vroeg ik uiteindelijk een ruggenprik die ik snel kreeg. Maar dit ging niet zoals het moet gaan. De anesthesist moest 4 keer prikken. Het vervelende is dat de weeën wel gewoon blijven komen en ik ze telkens moet op vangen. Dit maakt het stil zitten erg lastig. De eerste prik die hij zette was niet goed. Dit gaf hij direct aan. Hij vertelde mij dat hij per ongeluk wat hersenvocht mee naar buiten gezogen had. Dit kon geen kwaad. Ik kon er alleen maar hoofdpijn van krijgen. Dit kwam eigenlijk nagenoeg nooit voor zei hij. 1 op de 100000. Mocht het zijn dat ik hoofdpijn kreeg dan moest ik aan de bel moest trekken. Dan zou hij het gaatje dicht maken. Hij prikte nog drie keer en uiteindelijk zat hij goed. Ik voelde meteen dat de pijn verlicht werd.

Rond 16:45 uur kreeg ik te horen dat ik volledige ontsluiting had en mocht gaan persen. Dit vond ik erg spannend, omdat dit met Robin niet lukte en het uiteindelijk een keizersnede geworden was. Doordat ik het heel lastig vond om de controle los te laten werd ik continu bijgepraat door de verpleegkundige wat er allemaal ging gebeuren en wat zij van mij verwachtte. Dit stelde mij erg gerust en had ik het gevoel de controle een beetje in handen te hebben. Uiteindelijk kreeg ik van de verloskundige te horen dat de laatste fase aangebroken was en ik er vol voor moest gaan. Ze maakte zich zorgen, omdat de hartslag van René telkens naar beneden ging als ik perste. Ik merkte dat de verloskundige dit erg spannend vond. Ze was druk bezig met voelen en kijken naar de monitoren. Ik keek verloskundige strak in haar ogen aan en zei:” Ik vertrouw jou. Wat jij zegt doe ik. Als jij er maar voor zorgt dat het goed komt.”. De verloskundige zei:” Ik zorg voor jouw kleine man. Als jij doet wat ik zeg komt dat helemaal goed.”. Deze woorden stelde mij gerust. Pakte mijn benen vast en perste zo hard ik kon. Uiteindelijk kwam René te de wereld.Hij werd direct op mijn buik gelegd.

Maar wat gek. Ik voel niets. Ik voel geen blijdschap. Marc gaf mij een dikke kus en zei:” Ik ben zo trots op je kanjer! Jij hebt dit gepresteerd. Jij heb deze kleine man op de wereld gezet!”. Deze woorden kwamen wel binnen, maar raakte me niet. Het werd stil om mij heen. Het was net alsof ik op een andere planeet getrokken werd. En daar lag René. Op mijn buik. Het kleine hummeltje. Ik keek naar hem en ging op zoek naar een vrolijk en gelukkig gevoel in mijn lijf, maar die was er niet. Het was stil in mij. Het maakte me bang. Ik pakte René stevig vast alsof hij afgepakt werd door iemand. Zo voelde het voor me. Hier komt niemand aan en ik moet hem tegen het kwade beschermen.

We zijn twee dagen in het ziekenhuis gebleven, omdat ik 40 graden koorts had gekregen tijdens de bevalling en ze daarom René wilden monitoren. Tijdens deze twee dagen kwamen ze regelmatig aan mijn bed om te vragen hoe het met me ging. Ik merkte dat ik steeds meer hoofdpijn kreeg. Het was zo hevig dat als ik René borstvoeding gaf ik kapot ging van de hoofdpijn. Het was te vergelijken met migraine, maar dan nog een tandje erger. Ik had mijn masker inmiddels alweer opgezet en zei dat het allemaal goed ging. Van binnen ging ik kapot van angst en pijn maar dat deerde me niet. Ik moest groot blijven. Ik voelde nog steeds geen gelukzalig gevoel die ik wel voelde bij de geboorte van Robin. Na twee dagen mochten we naar huis.

Eenmaal thuis aangekomen werden we direct opgevangen door de kraamzorg. Dit was erg fijn. Voor mijn gevoel stond ik er niet alleen voor. Mijn hoofdpijn werd steeds heftiger. Ik kon alleen nog maar in bed blijven liggen. Als ik wat overeind kwam om René borstvoeding te geven knalde mijn kop bijna uiteen van de pijn. Ik dacht dit gaat wel over. Het zal vast door de bevalling komen die heftig is geweest. Nadat René nog wat bij me gedronken had zijn we gaan slapen.

De volgende dag werd mijn hoofdpijn steeds erger. Als ik naar het toilet moest liep ik helemaal voorover gebogen om mijn hoofd maar zo laag mogelijk te houden.Ik hield mijn voorhoofd vast om zo wat steun en verlichting te krijgen. Dan was de pijn het best te verdragen. De verloskundige kwam voor controle en vertelde mij dat ik veel cafeïne moest drinken. Dit zou het gaatje die door de ruggenprik veroorzaakt was vanzelf dichten. Ik dronk 1,5 liter cola op een dag weg, maar de hoofdpijn werd maar niet minder. Ik wilde er ook niet aan toegeven, want dat was zwak en niet stoer.

In de middag lag ik alleen met René in bed. René lag te drinken wat voor mij telkens een marteling was. Het aanhappen (vastzuigen van de tepel) was super pijnlijk. Het leek erop alsof een mes in mijn borst gestoken werd. Ik wilde hier niet aan te geven, want ik wilde super graag René borstvoeding geven en dat dit zou slagen. Dus deed het toch iedere voeding weer. Ik lag naar René te kijken en de tranen rolden over mijn wangen. Ik had helse hoofdpijn en de borstvoeding deed ook gruwelijk zeer. Ik vroeg mezelf af wat ik aan het doen was. Waarom pijnigde ik mezelf zo. Was het omdat ik mezelf zo stoer moest houden? Wilde ik geen mietje zijn? Ik kreeg er geen antwoord op. Dit frustreerde me gruwelijk. Waarom is het mij niet gegund. Ik verdien het gewoon niet om gelukkig te zijn. Toegeven aan dit gevoel voelde als falen.

De dag erna kwam ’s ochtends de kraamzorg weer. Zij maakte zich zorgen over het feit dat ik me nog steeds zo slecht voelde. Zij zorgde ervoor dat verloskundige kwam en zij verwees mij door naar het ziekenhuis waar ik me moest melden bij de anesthesist. Voordat ik vertrok gaf ik René nog wat te drinken zodat hij met een volle buik mee kon. Marc had de passagiersstoel helemaal plat gelegd zodat ik horizontaal vervoerd kon worden. Als ik maar een beetje overeind kwam begon de helse hoofdpijn meteen de kop op te steken. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen werd ik door Marc in een rolstoel gezet en gereden naar de juiste afdeling. Ik werd al opgewacht door de anesthesist die mij direct mee nam naar de O.K. Daar werd ik op een bed gelegd en moest een operatie jasje aan. Er werd op dezelfde manier een naald in mijn rug gezet en ondertussen haalde een verpleegkundige 150 cc bloed uit mijn arm. Hij vertelde mij dat het hij bloed in mijn rug zou spuiten en het gaatje hiermee zou dichten. Het bloed zorgde voor een soort lijm. Hij vertelde mij dat ik me “aan de naald” beter zou gaan voelen. Dit gebeurde ook. Het leek alsof er een sluier afgedaan werd van pijn. Ik voelde geen pijn meer in mijn hoofd. De verkramping in mijn nek schouder en onderrug verdween ook direct. Ik was de anesthesist erg dankbaar. Ik reed rechtop met Marc en René naar huis. Iedereen zei:” Nu kan het genieten beginnen!”. Dit voelde ik totaal niet zo. Ik voelde niets. Doof van gevoelens. De somberheid was nog steeds niet weg.

Volgens de kraamzorg en verloskundige die mij en René monitorden had ik geen symptomen van een postnatale depressie. Dit stelde mij erg gerust. Gelukkig was mijn angst geen werkelijkheid geworden.Wel moest ik wat met mijn sombere klachten. Ik kon niet meer om mijn PTSS heen!

Ik kan er maar beter niet meer zijn!

Door PTSS heb ik een lange periode niets meer gevoeld. Ik had als het ware mijn emoties uitgeschakeld. Hierdoor werd ik erg somber. Door het uitschakelen van mijn emoties had ik geen last van de emoties die bij de herbelevingen loskwamen en kon ik het in de hand houden. Ik kon de deksel als het waren op de beerput houden. Op deze manier had ik er controle over. Ik was bang dat als ik de controle zou verliezen ik geen vat meer zou hebben op mezelf. Ik was mezelf volledig kwijt en bang door mijn hoeven te zakken. Dat wilde ik niet, want een politieagente is stoer en kan alles aan! Ik was bang dat als ik een traan zou laten ik nooit meer zou stoppen met huilen. De spreekwoordelijke cola fles die maanden geschud was en uit elkaar zou spatten. Vooral de rem op alles houden. Daar was ik erg goed in, waardoor ik me beter voor deed dan dat ik mezelf voelde. Je zag een lachende, drukke, gezellige, aanwezige Femke, maar van binnen ging ik kapot en wilde ik het liefste in een hoekje zitten huilen.

In januari 2017 werd ik zwanger van René. Hierdoor stopte ik in april met het uniform werk en ging naar de team recherche. Doordat ik binnen kwam te zitten begon ik steeds meer na te denken over hetgeen ik allemaal meegemaakt had. Ik begon steeds meer te malen en te piekeren. Ook kreeg ik steeds meer last van mijn triggers en herbelevingen. Deze kwamen meer malen per dag voorbij. Ik had hier geen controle over. Ik sliep op ten duur maar 3 uurtjes op een nacht en werd regelmatig badend in het zweet wakker door een nachtmerrie. Doordat ik weinig tot niet sliep merkte ik dat ik steeds prikkelbaarder werd, last had van hartkloppingen en harde buiken. Mijn lontje werd steeds korter. Om toch maar gebruik te maken van mijn nachtelijke uren die ik wakker was ging ik maar nachtdiensten draaien bi afdelingj cameratoezicht op het Stratumseind. Ik kon mezelf dan maar beter nuttig maken in plaats van plafond dienst (uren wakker liggen in bed). Dit waren weggegooide uren in mijn ogen. Een mooie meevaller hiervan was dat ik na deze dienst zo moe was dat ik eindelijk in slaap viel. Twee vliegen in 1 klap dacht ik!

In juni werd ik uitgenodigd voor en PTSS-bijeenkomst waar PTSS-lotgenoten bij een komen. Dit zijn allemaal collega’s die bij de politie werken of ontslagen zijn. Ik ging met lood in mijn schoenen er naartoe. Gelukkig was Marc hierbij en steunde mij heel erg. Bij de bijeenkomst sprak ik met een collega die midden in de behandeling van PTSS zat. Hij liet mij als het waren een spiegel zien en vertelde mij dat hij zichzelf in mij herkende. Ik voelde mijn hart hard bonzen en schrok. Dit wilde ik niet horen. Ik wil niet te horen krijgen dat het slecht met me ging! Ik wuifde het weg en zei dat het allemaal wel mee viel. Ik kon het allemaal best wel aan. Diep in mijn hartje wist ik dat hij gelijk had en dat het 5 voor twaalf was. Ik schreeuwde het van binnen uit, maar durfde het niet hardop te uiten. Ik moest er nu iets mee gaan doen. Nu had ik zelf de touwtjes nog in handen. Mijn kop in het zand steken en net doen alsof er niets aan de hand was kon niet meer.

Ik heb daags daarna direct gebeld met mijn leidinggevende en hij heeft ervoor gezorgd dat ik met spoed naar een bedrijfsarts kon. Gelukkig kon ik daar al snel terecht. Tijdens dit gesprek vertelde ze mij dat de leiding zich zorgen maakten en meldde mij direct voor 25% ziek. Ik stribbelde erg tegen. Dit wilde ik niet. Nu is het echt. Ik ben ziek. Dit kan en mag niet. Het ben een stoere politieagent. Dit werd helemaal aan diggelen geslagen voor mijn gevoel. Zie je nou wel! Ik ben ziek in mijn hoofd. Ik reed naar huis met mijn ziel onder mijn arm. Ik werd gek van mijn gedachten. Op een geven moment dacht ik:” Als ik nou aan mijn stuur trek richting de vangrail. Dan is het over. Dan heb ik rust!”. Ik schrok van mijn gedachten en schreeuwde in de auto:”Neeeeee, doe normaal Slaats! Bij de les blijven. Gewoon naar huis naar je gezin rijden. Niet van die gekke dingen doen!”. Ik schrok erg van mijn gedachten. Ik was blij dat ik mezelf nog net op tijd kon hervatten. Ik ben erg gespannen verder gereden naar huis.

Eenmaal thuis aangekomen trof ik een complete chaos aan. Het huis stond op zijn kop. Er lag overal rommel. Robin was aan het huilen en niet tevreden. Marc liep met zijn handen in het haar en wist het niet meer. Er was nog niet gekookt. “Dit kon ik er allemaal ook nog wel bij hebben” dacht ik. Ik raapte mezelf op en pakte Robin op schoot. Ik vroeg aan hem wat er aan de hand was, maar daar kreeg ik geen antwoord op. Het enige wat ik hoorde was huilen en mopperen. Er was geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren. Ook met Marc kreeg ik geen contact. Hij wist het allemaal niet meer. Het werd voor hem te veel. Ik heb Robin voor de televisie gezet en ben gaan koken. Ik dacht tijdens het koken terug aan de autorit. Ik dacht bij mezelf:” Ik had het maar beter kunnen doen. Het was beter dat ik er niet meer was, want dan hebben Marc en Robin tenminste rust.”. Ik voelde een schop in mijn buik. Het was de baby die mij wakker schudde en liet voelen dat het niet waard was om er een eind aan het leven te maken.

Eetprobleem!

Toen ik bezig was met het solliciteren bij de politie moest ik in Apeldoorn een sporttest doen. Bij deze sporttest hoorde ook het wegen en meten van mij. De sportdocent vertelde mij dat ik wat te zwaar was en er wat aan moest gaan doen. Ik woog toen 72 kilo. Ik ben toen flink gaan sporten. Ik liep halve marathons op een boterham met pindakaas. Hier is het allemaal begonnen. Telkens als ik de weegschaal zag hoorde ik de stem van de sportdocent in Apeldoorn:” Je bent te dik! Doe er wat aan!”. Deze woorden galmen regelmatig door mijn hoofd.

In oktober 2014 ben ik moeder geworden van onze geweldige zoon Robin. Na de geboorte hield ik 30 kilo over. De kilo’s moesten er af! Ik bekeek mezelf in de spiegel en zag een dik vet mormel! Ik herkende mijn eigen lichaam niet meer. Compleet geruïneerd! “Ja, Femke. Je bent moeder geworden. Dan hoort dat erbij. Het zijn de tekenen van het op de wereld zetten van en nieuw leven.”. Ja…Dat weet ik wel, maar zo voelt het niet! Ik voel me dik en wil mijn lichaam terug! Men zegt altijd 9 maanden op 9 maanden af. Omdat voor mij alles een strijd is en ik wil laten zien dat het mij lukt om eerder weer in shape te zijn doe ik er alles aan om dit te bereiken. Ik sportte extreem. at nagenoeg niets. Zat daarom regelmatig te trillen, omdat ik energie te kort kwam. Maar uiteindelijk had ik wel binnen 7,5 maand mijn oude kleding weer aan en woog ik net zoveel als toen ik zwanger werd van Robin.

In september 2015 heb ik PTSS opgelopen na en heel vervelend incident. Hierover had ik al verteld. Door de PTSS wilde ik meer grip krijgen op mezelf. Ik was tenslotte mijn IK kwijt. Voor mijn gevoel was ik de controle over mezelf volledig kwijt en zocht extreem controle hebben over voeding en sporten. Dit deed ik eerder ook al, maar nu een tandje erger. Ik was vooral bezig met het tellen van de calorieën. Als ik 1400 calorieën had gegeten die dag moet ik er zeker 1000 calorieën verbrand hebben door te sporten of te wandelen.  Ik raakte helemaal van slag als ik te veel gegeten had en niet genoeg verbrand had. Ik stond dan voor de spiegel en zag een dik vadsig wijf staan en voelde me daarom nog rottiger.

In september 2017 werd ik wederom moeder van een geweldige zoon René. Ook aan deze zwangerschap hield ik veel kilo’s over, maar liefst 35 kilo. Dit vond ik heel erg. En wederom werden dezelfde woorden tegen mij gezegd. Ik luisterde er niet naar. Voor mij was 1 ding belangrijk. Ik wil de controle terug krijgen op mijn gewicht en lijf. Ik wil niet zwaar en vadsig zijn!

Ik heb René tot dat hij 6 weken was borstvoeding mogen geven. Ik mocht toen niet afvallen, want dan zou de kwaliteit van de melk achteruit gaan. Dit heb ik dus ook niet gedaan, al wilde ik dat wel heel graag. Nadat ik de borstvoeding afgebouwd had ben ik direct begonnen met streng letten op wat ik eet. Er waren dagen bij dat ik weinig tot niets at. Alleen het broodnodige. Als ik bijna van mijn stokje viel at ik een drogen cracker of een handje nootjes. Voor de rest niets. Wel sportte ik er extreem bij. Mijn motto was om aan het eind van de dag op 0 of zelf nog minder calorieën uit te komen. Dus hetgeen ik at ook te zorgen dat dit verbrand werd of zelfs meer. Ik viel in razend tempo kilo’s af. Mijn lijf stribbelde erg tegen. Ik had soms het gevoel dat ik flauw viel. Ik negeerde dit. Ook had ik veel last van krampen in mijn maag. Ook dit negeerde ik. Het voelde op ten duur gewoon lekker. Telkens als ik op de weegschaal ging staan zag ik dat er gewicht af ging. Dit motiveerde mij steeds om door te gaan. Ik pakte nog meer de controle hierop. Het voelde goed, maar Marc gaf bijna dagelijks aan dat ik er niet gezond uit zag. Ik keek bleek, soms suf. Ik was prikkelbaarder dan normaal. Ik sloeg het in de wind. Ik voelde me goed en daar ging het om. Ik had de controle en de rest kon me niets schelen. Als ik maar afval en controle had op de calorieën was het goed. Daar draaide het om!

Vanuit de politie kreeg ik de kans om aan een traject mee te doen. Dit heet “Samen Fit”. Dit zijn 3 keer 2 daagse waar je informatie krijgt over gezond eten, gezond bewegen en gezond denken. Ik heb de eerste twee daagse er op zitten. Dit heeft mij een duwtje de goede richting gegeven. Ik heb geleerd dat door juist gezond, bewust en goed te eten ik mezelf ontspannender voel. Ik ben nu een maandje bezig met deze manier van eten en ik val ook af. Ik beweeg gezonder. Doordat er voor mij geen grens was bleef ik maar door sporten. Door de eerste twee daagse heb ik geleerd door gedoseerd te sporten meer bereik dan in één keer heel veel. Ik ben inmiddels aan het trainen voor de halve marathon en hoop in oktober aan de start te staan in Eindhoven.

 

 

 

Controlefreak!!!

Iedereen herkent het waarschijnlijk wel. De overtuiging:” Had ik het zelf maar gedaan, dan was het tenminste goed gegaan!”. Door mijn PTSS is het heel lastig om van deze overtuiging af te wijken. Ik wil alles tot in de puntjes in de hand houden. Dit gaat soms tot het dwangmatige af. Ze noemen me daarom soms een controlfreak.

Ik heb een gezin met twee kleine kinderen. De jongste is inmiddels aan het kruipen en speelt daarom veel op de grond. In huis hebben we 3 poezen die aardig wat haren verliezen. Ik vind het daarom erg belangrijk om iedere dag te stofzuigen, kattenbakken schoon te maken enz. Eigenlijk de gangbare huishoudelijke taken. Echter sla ik hier extreem in door. Ik vind dat er iedere ochtend schoongemaakt moet worden en dit moet op een bepaalde manier. Marc die wil mij daar heel graag in helpen en pakt zo nu en dan de stofzuiger en maakt dan schoon. Nu komt het euvel. Doordat ik overal de controle op wil hebben en houden is dit nooit op het goede moment en nooit op de juiste manier. Doordat ik mijn emoties totaal niet onder controle heb barst bij mij direct de bom en is het huis te klein. Ik wordt boos. Ben onredelijk en smijt me de lelijkste dingen naar Marc. Ik roep alleen meer wat hij niet goed gedaan heeft en bevestig wederom mijn eigen overtuiging:” Zie je nou wel! Ik kan het maar beter zelf doen. Dan wordt het tenminste goed gedaan!”. Het vervelende hieraan is dat ik telkens mijn overtuiging kracht bij zet en Marc het eigenlijk nooit goed kan doen. Hij doet stinkend zijn best, maar krijgt telkens de deksel weer op zijn neus. Diep van binnen doet het me pijn om zo tegen hem te doen. Het frustrerende is dat ik zie dat ik onredelijk ben tegen hem, maar er niets aan kan doen. Ik heb mezelf totaal niet meer in de hand. De boosheid en irritatie neemt volledig de controle van mij over. Dit is niet wat ik wil, maar heb de kracht niet om het om te zetten. Gelukkig heb ik hier therapie voor waarin emotieregulatie behandelt wordt.